Hoeveel kinderen fietsen tijdens de ochtendspits? En op welke wegen zien we hen zelfstandig fietsen? De Fietsersbond liet dat in mei 2026 onderzoeken. Op 33 locaties in Vlaanderen en Brussel werden tussen 7.30 en 8.30 uur samen 12.469 fietsers geteld. Het rapport toont hoe belangrijk kinderen en jongeren zijn in het dagelijkse fietsverkeer.
Van alle getelde fietsers fietste 45% als kind of jongere zelfstandig: 12% was kleuter of leerling in de lagere school en 33% zat in het middelbaar. Nog eens 7% bestond uit kinderen die als passagier meereisden, bijvoorbeeld in een bakfiets, op een longtail of in een fietsstoeltje.
Een groot verschil tussen stad en platteland
Op de landelijke tellocaties was ruim een derde van de getelde fietsers een zelfstandig fietsend jong kind. In de stedelijke fietsstroom was dat 7%. Dat betekent niet automatisch dat er in steden minder kinderen fietsen: daar zijn ook veel meer volwassen fietsers en middelbare scholieren onderweg. Het aandeel jonge kinderen wordt daardoor kleiner.
De omgeving waarin een route ligt, blijkt in deze tellingen het duidelijkste verschil tussen de locaties te verklaren. Wie cijfers over fietspaden of snelheidslimieten vergelijkt, moet dus ook kijken waar die wegen liggen en wie er gebruik van maakt.
Trager verkeer helpt kinderen op weg
Op locaties met een snelheidslimiet van maximaal 30 km/u was ongeveer 15% van de getelde fietsers een zelfstandig fietsend jong kind. Op locaties met een limiet van 50 km/u was dat ongeveer 10%. Het rapport waarschuwt dat je uit dit verschil alleen geen rechtstreeks oorzakelijk verband kunt afleiden.
Binnen landelijke en randstedelijke gebieden wijzen de tellingen wel in dezelfde richting: op wegen waar fietsers het verkeer mengen of vlak naast de rijbaan rijden, gaan lagere snelheden samen met een groter aandeel zelfstandig fietsende kinderen. Dat onderstreept waarom een geloofwaardige zone 30 op schoolroutes zo belangrijk is.
Wat betekent dit voor Aalst?
Voor Fietsersbond Aalst bevestigt het rapport hoe nuttig het is om fietsroutes ook door de ogen van kinderen te bekijken. Kunnen zij een kruispunt begrijpen en veilig oversteken? Is er voldoende ruimte naast het autoverkeer? Wordt de snelheid van bestuurders aangepast aan de omgeving? En loopt een veilige route ook door buiten het onmiddellijke schoolgebied?
De telling in Aalst is niet opgenomen in de onderzoeksresultaten, omdat daar geen kinderen werden geteld. We kunnen uit dit rapport dus geen percentage voor Aalst afleiden. Het geeft ons wel waardevolle vragen om op Aalsterse schoolroutes te stellen. We blijven aandacht vragen voor lagere snelheden, veilige kruispunten en fietsroutes waarop kinderen stap voor stap zelfstandig op weg kunnen.
Lees het volledige rapport Kinderfietstellingen 2026 (pdf).